Menu Sluiten

De Bark

Geschiedenis

Verzetshaard ‘De Bark’

In de zomer van 1944 werd De Bark, een onbewoonde boerderij tussen Aalten en Dinxperlo, een onderduikplaats voor een groeiend aantal merendeels jonge onderduikers, die de Arbeitseinsatz wilden ontwijken, alsmede enkele neergeschoten geallieerde piloten. De toen 30-jarige Jan Ket (‘Zwarte Jan’) en Henk van ’t Lam, ‘Lange Henk’ (22) besloten de verzetsgroep van circa 40 mannen onder militaire discipline te brengen en te leren met wapens om te gaan. Maandenlang werd dit uitgevoerd en het vertrouwen opgebouwd dat men als een sterke gevechtseenheid de verwachte geallieerde bevrijders zou kunnen bijstaan. De wapens werden verkregen via droppings van geallieerde vliegtuigen en afgehandeld door de leiding van de KP-Aalten.

Op zondagmorgen 25 februari 1945 sloeg de wacht alarm, toen drie Duitse soldaten van een landmeeteenheid een onverwacht bezoek brachten aan het voorhuis, waar zij geen strijders maar mogelijk wel verdachte voorwerpen hadden aangetroffen. Na het verlaten van het huis werden de Duitsers door de met een stengun gewapende ‘Lange Henk’ en makkers aangehouden, ontwapend en gevangengezet. Hetzelfde gebeurde met hun collega die in een legerwagen op hen wachtte. Het commando zat vervolgens met een complex probleem: hoe het gebeurde buiten kennis van de Duitse bezetter te houden en wat te doen met de vier gevangenen? Deze lieten zich niet overhalen: desertie was beneden hun soldateneer. Een geïmproviseerde krijgsraad van De Bark sprak de doodstraf uit. Hen fusilleren en daarna begraven was te omslachtig en riskant. De uiteindelijke conclusie luidde: ophangen. Aldus geschiedde.

De vier lijken werden door Jan Ket in een auto, ondermijnd met twee springladingen, in een recente bomkrater nabij Varsseveld tegen een boom gereden. Ze werden zo goed mogelijk in aannemelijke posities in het voertuig geplaatst, waarna de springladingen werden ontstoken. Slechts één ging er af, maar de explosie was zwaar. Ket en zijn mannen, die moesten maken dat zij weg kwamen, waren zeker van hun zaak. Nog dezelfde avond auto vond een Duitse patrouille de gedeeltelijk uitgebrande auto met ernaast de lijken van twee Wehrmacht-soldaten met nog koorden om hun benen en striemen rond hun hals. De twee andere lichamen waren onherkenbaar. Later onderzoek toonde aan dat de achterste springlading niet is afgegaan door de kracht van de voorste.

De represaillemaatregel van de Duitse bezetter was genadeloos. Zesenveertig politieke gevangenen werden uit het kamp ‘De Kruisberg’ in Doetinchem gehaald en op de grens van Aalten en Wisch, bij de Aaltense Tol, gefusilleerd. De verzetsgroep had de De Bark inmiddels volgens plan verlaten en was uitgeweken naar een oude landbouwloods aan de Dinxperloseweg tussen Aalten en Dinxperlo. Het bericht dat de list met het geënsceneerde auto-ongeluk was mislukt en de Duitse represaille door liquidatie van 46 Nederlandse politieke gevangenen bereikte hen pas vele dagen later. Het wekte bij hen eerst ongeloof en daarna diepe indruk. Veel tijd voor bezinning en verwerking werd hen niet gegund, omdat inmiddels vier geallieerde divisies de Rijn overgestoken hadden en de Achterhoek naderden. Op 30 maart maakten ze voor het eerst contact met twee Canadese gevechtswagens, die opdoken bij het ‘Somsenhuus‘. De bevrijding was een feit.

Bron: Wikipedia

Bewoners

Bevolkingsregister 1825-1829

De Heurne 256

Jan Geurink (Suderwick, 07-02-1752)
Harmina Brunsink (Dinxperlo, 08-03-1758)

Bevolkingsregister 1840-1849

De Heurne 381

Bevolkingsregister 1850-1861

De Heurne 444

Bevolkingsregister 1862-1880

De Heurne 444

Bevolkingsregister 1880-1887

De Heurne 444

De Heurne - De Bark